Ga terug

Zzp’er of werknemer? Het juridisch kader

LinkedIn
Share
Copy link
URL is succesvol gekopieerd!

Het afgelopen jaar is er veel te doen geweest rondom schijnzelfstandigheid en de vraag wanneer werkende kwalificeert als werknemer dan wel zzp’er. Het Deliveroo-arrest werd gewezen, het handhavingsmoratorium kwam tot een einde en er het wetsvoorstel werd gesproken over een wetsvoorstel. Veel werkgevers zaten met de handen in het haar: wat moet ik doen met mijn zzp’ers? Wat voor risico’s loop ik? Zijn het wel echte zzp’ers? In dit blog zetten we het huidige juridische kader uiteen en beschrijven we de risico’s.

Het einde van het handhavingsmoratorium

Het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst is per 1 januari 2025 beëindigd. Dit betekent dat, indien de Belastingdienst concludeert dat er sprake is van schijnzelfstandigheid, de Belastingdienst direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen zal opleggen. Vanaf 1 januari 2025 kan de Belastingdienst ook met terugwerkende kracht naheffingen opleggen, maar niet voor de periode voor 1 januari 2025. Uitzonderingen gelden in gevallen van kwade opzet of wanneer de richtlijnen niet zijn nageleefd; dan kan de terugwerkende kracht tot vijf jaar teruggaan. Wel is bekend gemaakt dat er in 2025 geen boetes zullen worden opgelegd in het kader van een “zachte landing”.

Beoordelingskader zzp’er/werknemer

Hoe dan ook is het doel op de lange termijn duidelijk: dat er een einde komt aan schijnzelfstandigheid, in wat voor vorm dan ook. Om die reden is het goed om de contracten met zzp’ers tegen het licht te houden. Het juridische toetsingskader is gebaseerd op de wettelijke vereisten voor een arbeidsovereenkomst (gezag, arbeid en loon) en de gezichtspunten die voortkomen uit het arrest Deliveroo.

Gezag, arbeid, loon

De wettelijke voorwaarden voor een arbeidsovereenkomst zijn:

– Gezag: dit ziet op de hiërarchische relatie tussen een werknemer en werkgever. Een werkgever geeft bijvoorbeeld werkinhoudeljike instructies en bepaalt hoe en wanneer het werk wordt verricht.
– Persoonlijk verrichten van arbeid: een werknemer is verplicht het werk persoonlijk uit te voeren en is niet vrij zich zonder toestemming van de werkgever te laten vervangen.
– Loon: dit is de tegenprestatie voor het verrichten van het werk, bij een werknemer is dit het loon, terwijl een zzp’er eerder een uurtarief heeft of bijvoorbeeld wordt betaald voor de prestatie.

Gezichtspunten Deliveroo

De Hoge Raad heeft daarnaast in het Deliveroo-arrest de volgende gezichtspunten geformuleerd ter beoordeling van de overeenkomst:

• De aard en duur van de werkzaamheden;
• De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
• De inbedding van het werk (is het de kernactiviteit?) en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering;
• Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
• De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
• De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
• De hoogte van deze beloning;
• De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt;
• Of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Van belang is dat bij de toetsing uiteindelijk de feitelijke situatie bepalend is (en dus niet uitsluitend wat er op papier staat): “wezen gaat voor schijn”. Daarnaast moeten de gezichtspunten worden bezien in het licht van alle omstandigheden van het geval en is geen één gezichtspunt op zichzelf staand beslissend. Wij hebben veel ervaring met zaken over schijnzelfstandigheid en kunnen je hierbij adviseren.

Risico naast naheffing Belastingdienst

Van belang om te beseffen dat het risico niet alleen is dat de Belastingdienst bedragen kan vorderen, maar ook de zzp’er/werknemer zelf. Een werknemer heeft namelijk recht op o.a. vakantiegeld, vakantiedagen, doorbetaling tijdens ziekte, pensioenopbouw en mogelijk een transitievergoeding. Als blijkt dat een cao van toepassing is, maakt de werkende ook aanspraak op de voorwaarden uit de cao. Dit kan de werkende dan vorderen tot 5 jaar terug. Ook als de werkende zelf aangeeft dat hij/zij geen werknemer wil zijn maar een zzp’er, is dat in principe geen omstandigheid die wordt meegeteld bij de beoordeling of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Dat volgt uit rechtspraak. We zien vaak dat de zzp’er dan namelijk toch van gedachten verandert als hij ineens op straat komt te staan of ziek wordt. Het risico ligt dus in de praktijk bij de werkgever. In de lagere rechtspraak wordt echter uiteenlopend geoordeeld en het blijft moeilijk te voorspellen is hoe een rechter uiteindelijk zal oordelen.

Wetsvoorstel beoordeling arbeidsrelaties: rechtsvermoeden uurtarief

Het Wetsvoorstel Verduidelijk Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden is momenteel aanhangig en de verwachte inwerkingtreding is nu 1 januari 2026. Ook deze wet ziet erop om schijnzelfstandigheid terug te dringen. In deze wet wordt o.a. een civielrechtelijk weerlegbaar rechtsvermoeden geïntroduceerd: wanneer het uurtarief onder de EUR 32,34 excl. BTW bedraagt impliceert dat sprake is van een werknemer. Met het voorstel wordt het meest onderscheidende wettelijke vereiste voor een arbeidsovereenkomst, ‘werken in dienst van’ (gezag), verduidelijkt. Er is getracht een beoordelingskader op te stellen aan de hand van alle jurisprudentie, op basis van de drie hoofdelementen (werkinhoudelijk ondergeschiktheid, organisatorische inbedding en werken voor eigen rekening en risico). Nu dit wetsvoorstel nog niet in werking is getreden, geldt vooralsnog de geldende jurisprudentie als juridisch kader.

Conclusie

Het is raadzaam om de contracten met zzp’ers goed tegen het licht te houden en juridisch te laten beoordelen of er risico’s zijn in het kader van schijnzelfstandigheid. Vragen hierover of ondersteuning nodig? Wij helpen je graag.

Neem contact op
voor advies

Wij staan klaar om u te helpen met uw vragen over alle aspecten van het arbeidsrecht.

Neem contact op